Blijf op de hoogte!

Elke zondag onze digitale nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je gratis in »

Statushouders willen nog niet aan de slag

woensdag 14 november 2018
Leestijd: 
2 tot 3 minuten

Alle negen statushouders van een project om werkenderwijs de Nederlandse taal te leren, haakten af. Hoe is dat nou mogelijk?

Het was een mooi initiatief van de gemeente en WSD: statushouders een programma aanbieden waarbij ze meteen aan het werk gaan, begeleid worden bij de inburgering en al werkend de Nederlandse taal leren. De proef is mislukt, want uiteindelijk haakten alle negen deelnemers af. De meeste statushouders lieten weten dat ze eerst het reguliere inburgeringsprogramma willen afmaken of dat ze liever formele taallessen volgen. Een enkeling wees er op dat werk niet verplicht is tijdens de inburgeringsperiode.

Ongemakkelijk

Vooral dat laatste argument is pijnlijk, omdat het niet bevorderlijk is voor het draagvlak voor de opvang en begeleiding van vluchtelingen. Hart voelt zich er ongemakkelijk bij. De partij is immers warm pleitbezorger van barmhartigheid voor mensen die vanwege oorlog of tirannie in Nederland aankloppen.

De door de gemeente en WSD bedachte aanpak sluit ook nog eens nauw aan bij het advies dat kennisinstituut Movisie geeft. ‘Combineer taalonderwijs met het opdoen van werkervaring’, laat de organisatie weten in het onlangs gepubliceerde dossier ‘Wat werkt bij de bevordering van arbeidsparticipatie statushouders’.

Verzachtend

Toch zijn er verzachtende omstandigheden. Vluchtelingen kampen nogal eens met trauma’s en dat maakt dat werk soms te vroeg komt. Movisie wijst er terecht op dat er aandacht moet zijn voor de (psychische) gezondheid van de statushouders. Werkgevers dienen werk aan te passen aan de capaciteiten, de door WSD of gemeente aangestelde begeleider dient oog te hebben voor de belastbaarheid en gezondheidsproblemen moeten herkend en erkend worden.

Verder wordt gewezen op het belang van een goede relatie met de werkgever, het investeren in een sociaal netwerk en opleidingen voor de korte (doel: snel aan de slag) en lange termijn (doel: werk op niveau van de statushouder). Daarbij gaat het ook om het waarderen van opleidingen die in het land van herkomst al zijn gevolgd.

Verplicht

Een geïntegreerde aanpak dus met aandacht voor taal, gezondheid, financiën, relatie met werkgever, opleidingen en het ontwikkelen van een sociaal netwerk – dat biedt volgens Movisie de beste kans op werk en het leren van de Nederlandse taal. 

De Sociaal-Economische Raad publiceerde afgelopen voorjaar een rapport over vluchtelingen en werk. Daarin lezen we dat gemeenten hun stinkende best doen om werk, taallessen en andere vormen van begeleiding te combineren en dat het net als in Meierijstad vaak misgaat. Kernelementen van een succesvolle aanpak zijn volgens de SER 'een uitgebreide intake, een ‘dedicated’ team van klantmanagers, gerichte trajectbegeleiding en de inzet van reintegratietrajecten waarbij rekening wordt gehouden met de mogelijkheden van statushouders'. Elders lezen we in het rapport dat nogal wat statushouders veel werk (nog) niet aankunnen en dat hun opleiding en vaardigheden niet aansluiten bij wat er nodig is.

Gemeente en WSD gaan bekijken waar het mis ging. Mogelijk dat de adviezen van Movisie daarbij een handje helpen. Erg veel veranderingen zijn trouwens niet nodig, want het proefproject komt overeen met de werkwijze die vanaf 2020 landelijk verplicht is. Dan moeten statushouders meteen aan het werk en ondertussen de taal leren. De gemeente is daar blij mee. ‘Wij verwachten dat we met het nieuwe inburgeringsstelsel meer handvatten krijgen om als gemeente regie te kunnen voeren op inburgering’, is te lezen in een voortgangsrapportage.