Blijf op de hoogte!

Elke zondag onze digitale nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je gratis in »

De sportkantine is nu eenmaal geen kroeg

zaterdag 27 januari 2018
Leestijd: 
2 minuten

Een hoop gedoe, zo’n nieuwe gemeente: zowat alles moet opnieuw worden bedacht. Wat doen we bijvoorbeeld met de regels rond dorps- en wijkcentra en sportclubs die wel eens een biertje tappen? En waar de reguliere horeca mogelijk last van heeft? De oplossing ligt binnen handbereik.

Tijdens een drukbezochte avond in het raadhuis van Sint-Oedenrode debatteerden horecaondernemers, lokale politici en bestuurders van verenigingen en stichtingen over het thema paracommercie. De gesprekken in vier groepjes gingen zowat alle kanten op en bij de gezamenlijke eindsessie bleek dat bijna iedereen had geprobeerd om kolen en geiten te sparen. Want natuurlijk moet de horeca kunnen ondernemen en natuurlijk moeten de, meestal gesubsidieerde, paracommerciële clubs wat kunnen verdienen.

Schijndel

Dat schiet niet op. En wat al helemaal niet opschiet is zo min mogelijk vastleggen, zoals we hier en daar hoorden. ‘Hart voor Schijndel’ vergeleek de verordeningen op dit gebied van de drie voormalige gemeenten. Wat we daarvan leerden: in Sint-Oedenrode was het minst vastgelegd en is de meeste haat en nijd tussen verenigingen en horecabedrijven. Schijndel had juist veel vastgelegd en daar marcheert het prima, leerde Hart na gesprekken met zowel horeca als verenigingsleven. En zo ligt de oplossing binnen handbereik

Het geheim van het succes: als je veel vastlegt, wordt het gemakkelijker om in goed overleg zo nu en dan wat door de vingers te zien. Verjaardagen vieren in de kantine van een sportclub mag niet, maar zoals een café-eigenaar tegen ons zei: ‘We weten allemaal dat het in het buitengebied bij een club zo nu en dan gebeurt. Als ze het niet te zot maken – daar gaan we toch geen ruzie over maken?’

Scheidslijn

En dus moeten we vastleggen dat het einde van de schenktijd bij verenigingen samenvalt met de sluitingstijd. Dus geen: ‘Gaat de tap dicht? Doe ons tweetjes dan nog maar twintig pilsjes, dan kunnen we nog een paar uur vooruit’. Ook moeten we bepalen hoelang een sportkantine na de laatste wedstrijd nog open mag zijn. Hoe vaak clubs festiviteiten mogen organiseren voor een breder publiek dan de eigen leden. Wat voor feestelijkheden er voor eigen leden mogen worden georganiseerd: het zilveren jubileum van voorzitter Jan mag wel, zijn zilveren huwelijk met vrouw Truus niet – om eens een scheidslijn te benoemen.

Hart hecht eraan dat de ruimte voor verenigingen groot genoeg is om de clubkas te spekken met de verkoop van drank en versnaperingen. Dat hebben ze nodig, die verenigingen. Wie daar anders over denkt, moet ook de moed hebben om te pleiten voor meer subsidie. En dat verplicht weer tot, nog moediger, vertellen waar dat geld vandaan moet komen. Anders gezegd: waar we op gaan bezuinigingen. Tegelijkertijd moeten de clubs beseffen dat ze gemeente en horeca niet overvragen. Dat ze beseffen dat ze geen kroeg zijn. Overigens vinden we het raar dat het bij de besproken regels over paracommercie draait om het schenken van alcohol. Alsof je met de verkoop van cola en frikandellen niet concurrentievervalsend bezig kunt zijn. 

Verordening

De bijeenkomst van afgelopen donderdag moet het College voer geven om aan de slag te gaan met een verordening. Die komt via de raadscommissie uiteindelijk in de gemeenteraad. Tussentijds worden ook horecaondernemers en verenigingen betrokken, zo werd tijdens de bijeenkomst beloofd.